Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2012

Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX4029.

5.4.6. Ook indien anders zou moeten worden geoordeeld, en artikel 6 EVRM wel van toepassing is op het onderhavige geschil, vindt het Hof geen aanleiding tot het toekennen van schadevergoeding. Het Hof vermag niet in te zien waarom ook bij een rechtspersoon als belanghebbende waarbij niet sprake is van natuurlijke personen die op enigerlei wijze (als aandeelhouder of anderszins) direct of indirect belang hebben bij de uitkomst van de procedure, als uitgangspunt (in de zin van weerlegbare veronderstelling) zou moeten worden genomen dat bij overschrijding van de redelijke termijn sprake is van spanning en frustraties die het toekennen van een vergoeding voor immateriële schade zouden rechtvaardigen. Feiten of omstandigheden die tot het oordeel zouden kunnen leiden dat in dezen daadwerkelijk sprake is van als immateriële schade te duiden spanning en frustraties zijn niet aannemelijk geworden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d871aabcc9fb88dbf96835994f61d368b3692412f22fcc562bf4615fe8e4090e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d871aabcc9fb88dbf96835994f61d368b3692412f22fcc562bf4615fe8e4090e, en de alinea staat in dat document op bytes 19716 tot 20632.