Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2012

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX4100.

13. Een vergelijking met de berechting in eerste aanleg is hier misschien dienstig. Als die berechting uitloopt op de nietigverklaring van de inleidende dagvaarding wegens bijvoorbeeld een betekeningsgebrek, een einduitspraak, is de zaak geëindigd. Hoewel de zaak dan in zijn geheel over moet, wordt niet geëist dat de benadeelde partij zich opnieuw voegt. Art. 51g lid 1 Sv maakt de voeging al mogelijk als de officier van justitie meedeelt dat een vervolging zal worden ingesteld. Niet nodig is dus dat de dagvaarding al is uitgegaan en dat er al een aanhangige zaak is waarin de vordering kan worden gevoegd. Die voeging behoudt daardoor haar betekenis als de vervolging eindigt in een nietigverklaring van de dagvaarding en een nieuwe vervolging wordt begonnen. Consequent is dat dit ook geldt als de inleidende dagvaarding pas in hoger beroep of in cassatie nietig wordt verklaard. Welnu, als de voeging zelfs na een einduitspraak in stand blijft, waarom zou dat dan niet gelden na een verwijzings- of terugwijzingsbeslissing van de Hoge Raad, die geen einduitspraak is?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aaef096e9ad14b0b4e5d53fe00fa02cef281be6218cf3dd9d8584b6f7cbb4d4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aaef096e9ad14b0b4e5d53fe00fa02cef281be6218cf3dd9d8584b6f7cbb4d4a, en de alinea staat in dat document op bytes 23372 tot 24462.