Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2012

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX4288.

4.8. In mijn conclusie voor HR 25 mei 2010 (LJN BL5563) heb ik enkele voorbeelden uit de jurisprudentie van de Hoge Raad besproken, waaruit ik afleid dat voor de vraag of een handeling ontuchtig is het van de bedoeling van de verdachte kan afhangen of een handeling die niet noodzakelijkerwijs een ontuchtig karakter heeft toch ontuchtig is.(7) Bij handelingen die wel "noodzakelijkerwijs" een ontuchtig karakter hebben, speelt de intentie een minder grote rol. Daarbij lijkt onderscheid te moeten worden gemaakt naar de vraag of het handelen een seksuele strekking heeft (de intentie speelt hier in grensgevallen een belangrijke rol) en de vraag of het seksuele handelen een ontuchtig karakter heeft. Voorwaardelijk opzet op het ontuchtige karakter van het handelen zal in de meeste gevallen wel met behulp van de algemene bekendheid van de sociaal-ethische norm kunnen worden geconstrueerd. In uitzonderingsgevallen kan dat echter anders zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a78f989844d5ca9c68cc47478e52c20fb5d58029d4df2603ecd8b7cf0b73a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a78f989844d5ca9c68cc47478e52c20fb5d58029d4df2603ecd8b7cf0b73a7, en de alinea staat in dat document op bytes 12947 tot 13905.