Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 september 2012

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 11 september 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX4481.

13. Onmiskenbaar blijkt uit de (recente en hierboven geciteerde) wetsgeschiedenis dat niet vereist is dat uit de aard of de eigenschappen van het voorwerp(5) de objectieve bestemming tot het criminele doel blijkt. Anders dan het middel meent is dus niet (meer) vereist dat uit de uiterlijke verschijningsvorm van een telefoon (exclusief) geconcludeerd kan worden dat sprake is van een voorwerp bestemd voor het plegen van een misdrijf. Dat het gaat om een voorwerp dat naar de uiterlijke verschijningsvorm kennelijk bestemd is tot het plegen van een misdrijf, is bij een mes ter voorbereiding van moord(6) nog vol te houden, maar bij een auto(7) of - zoals in het onderhavige geval - een telefoon ter voorbereiding van een overval is dat problematisch. De volle klemtoon ligt echter op de subjectieve bestemming of zoals de Memorie van Toelichting het uitdrukt: het opzet(8) van de dader is toereikend voor strafbaarheid. De Minister drukte dit eveneens uit in de geciteerde brief aan de Tweede Kamer: de bedoeling van de dader is bepalend voor de bestemming van het voorwerp. De verkeerde bestemming van het voorwerp moet wel kunnen worden bewezen, aldus de Nota naar aanleiding van het verslag. In deze lijn heeft het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat de verkeerde of criminele bestemming van de telefoon voldoende vast staat. In cassatie wordt er geen punt (meer) van gemaakt dat verdachte het voornemen had om met anderen een overval te plegen. Bovendien is het plan niet in het hoofd van verdachte gebleven, maar is er ook sprake van (bewezen) gedrag ter voorbereiding van de overval. Het Hof stelde immers vast dat verdachte in een telefoongesprek een ander vroeg naar Zaandam/Oostzaan te komen om een overval te plegen op een benzinestation. Die ander deelt verdachte vervolgens mee dat hij de overval met een mes wil plegen en deze ander wordt in bezit van een mes onder meer samen met verdachte aangetroffen op de telefonisch afgesproken plaats. De telefoon is hier een instrument bij de inmiddels ook al gevorderde en overigens deugdelijke(9) voorbereiding van de overval. Het getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk dat het Hof bewezen heeft geacht dat verdachte opzettelijk één mobiele telefoon, bestemd tot het in vereniging begaan van een overval, voorhanden heeft gehad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4dd99fc268935012d461c16ae0a57a17d73317a54110a70084939978a6cce302. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4dd99fc268935012d461c16ae0a57a17d73317a54110a70084939978a6cce302, en de alinea staat in dat document op bytes 14663 tot 17017.