Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 september 2012
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 11 september 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX4482.
6. Het Hof heeft zich in zijn overweging met betrekking tot het beroep op noodweer mogelijk wat ongelukkig uitgedrukt. Bij zijn verwerping van het beroep op noodweer(exces), heeft het Hof klaarblijkelijk bedoeld aan te geven dat verdachte pas in hoger beroep heeft aangevoerd dat hij zich verdedigd heeft en dat op dit punt diens verklaring ongeloofwaardig is. Voor wat betreft het door verdachte op het hoofd van [de aangever] slaan met een sleutelbos in zijn hand, oordeelde het Hof de verklaring van verdachte klaarblijkelijk wel geloofwaardig.(1) Deze nuancering vindt steun in de navolgende overweging van het Hof inzake het verweer dat niet aan het wettelijk bewijsminimum zou kunnen worden voldaan nu al het voor handen zijnde bewijs in strijd met de regel in artikel 342, tweede lid, Sv uiteindelijk op één bron zou berusten:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/486f55c2a7c550ca6da7ef7d42d9d3f2faa529400bbd5e616821357984278ff3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 486f55c2a7c550ca6da7ef7d42d9d3f2faa529400bbd5e616821357984278ff3, en de alinea staat in dat document op bytes 7807 tot 8655.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/486f55c2a7c550ca6da7ef7d42d9d3f2faa529400bbd5e616821357984278ff3 | shasum -a 256