Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2012
Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX5403.
14. Uit het vorenstaande volgt dat wat betreft het horen van [betrokkene 7] en [betrokkene 8] een verzoek is gedaan als bedoeld in art. 315 jo 328 Sv. Nu de voorwaarde waarvan het verzoek afhankelijk is gemaakt is vervuld - het Hof heeft immers de verklaringen van [betrokkene 3] en [betrokkene 2] zoals afgelegd bij de politie (bewijsmiddelen 51 en 52), alsmede de door [betrokkene 2] ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring (bewijsmiddel 53) tot het bewijs gebezigd - had het Hof aan het gedane verzoek niet voorbij mogen gaan maar had het daarop een uitdrukkelijke beslissing moeten geven. Noch het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 10 november 2010, noch het bestreden arrest houdt een zodanige beslissing in. Dat verzuim heeft ingevolge art. 330 Sv jo art. 415 Sv nietigheid tot gevolg.(3)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb148ebd501d4ac358d71afd654172c963e53a5f97e9fba9afb787cc5a98ff22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb148ebd501d4ac358d71afd654172c963e53a5f97e9fba9afb787cc5a98ff22, en de alinea staat in dat document op bytes 20837 tot 21684.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb148ebd501d4ac358d71afd654172c963e53a5f97e9fba9afb787cc5a98ff22 | shasum -a 256