Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2012
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX5513.
Zoals hiervoor is overwogen, ontleenden de verbalisanten hun bevoegdheid om van verdachte te vorderen zich te verwijderen aan artikel B.1.2. van de APV. De bevoegdheid om verdachte, die niet aan de vordering voldeed, bij betrapping op heterdaad aan te houden vloeide eveneens rechtstreeks voort uit artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, en daarmee was de rechtmatigheid van die (ambts)handeling van de verbalisanten gegeven. Dat de verbalisanten bij die (rechtmatige) uitoefening van hun taak mogelijk zodanig hebben gehandeld dat zij daarmee jegens verdachte onrechtmatig, als bedoeld in art. 6:162 van het Burgerlijk Wetboek, hebben gehandeld, is een vraag die moet worden beantwoord in een procedure voor de burgerlijke rechter. Een dergelijke in het strafproces gestelde onrechtmatigheid doet aan de rechtmatigheid van het optreden van de opsporingsambtenaren niet af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd447aea83ed5e6cceb96a528fefed508615151ca21b3b84ebde774422822586. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd447aea83ed5e6cceb96a528fefed508615151ca21b3b84ebde774422822586, en de alinea staat in dat document op bytes 14648 tot 15544.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd447aea83ed5e6cceb96a528fefed508615151ca21b3b84ebde774422822586 | shasum -a 256