Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2012
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX5513.
3.8. Het Hof heeft het in hoger beroep aangevoerde kennelijk niet opgevat als een art. 359a Sv-verweer, maar als een bewijsverweer. Dat is gelet op de tekst van de hiervoor onder 3.2 weergegeven pleitnotitie niet onbegrijpelijk. De steller van het middel probeert het aangevoerde nu kennelijk om te vormen naar een art. 359a Sv-verweer. Dat het Hof het verweer niet zo heeft verstaan, is echter niet onbegrijpelijk. De verdediging in hoger beroep heeft immers niet duidelijk en gemotiveerd aan de hand van de in art. 359a Sv genoemde factoren bepleit dat sprake is van een vormverzuim en tot welk rechtsgevolg dat dient te leiden.(3)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd447aea83ed5e6cceb96a528fefed508615151ca21b3b84ebde774422822586. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd447aea83ed5e6cceb96a528fefed508615151ca21b3b84ebde774422822586, en de alinea staat in dat document op bytes 17605 tot 18251.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd447aea83ed5e6cceb96a528fefed508615151ca21b3b84ebde774422822586 | shasum -a 256