Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2012
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX6949.
8. Ingevolge art. 9, derde lid aanhef en onder b, van het verdrag dient bij een uitleveringsverzoek met betrekking tot een persoon die wordt gezocht met het oog op vervolging te worden gevoegd het bewijsmateriaal dat, volgens het recht van de aangezochte staat, de aanhouding en dagvaarding van die persoon zou rechtvaardigen indien het feit in die staat zou zijn gepleegd. Als maatstaf bij de toepassing van deze bepaling heeft volgens de Hoge Raad te gelden of, indien de opgeëiste persoon voor een Nederlandse rechter zou zijn vervolgd, het niet hoogst onwaarschijnlijk zou zijn dat deze, later oordelend, door de voor hem geleverde bewijsvoering de tenlastegelegde feiten geheel of gedeeltelijk bewezen zou achten.(5)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8b459cd1f70dbdcd2b5be7a07fc661d95c5a89230b6a758eeccb6f3553d675b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8b459cd1f70dbdcd2b5be7a07fc661d95c5a89230b6a758eeccb6f3553d675b, en de alinea staat in dat document op bytes 18615 tot 19350.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c8b459cd1f70dbdcd2b5be7a07fc661d95c5a89230b6a758eeccb6f3553d675b | shasum -a 256