Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2012
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX6949.
12. Voor zover in de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat de rechtbank een verweer heeft verworpen dat niet is gevoerd, geldt het navolgende. De uitleg van verweren is voorbehouden aan de feitenrechter en kan in cassatie slechts op zijn begrijpelijkheid worden getoetst.(8) De rechtbank heeft het in de klacht bedoelde verweer aldus opgevat dat is betoogd dat ten aanzien van de opgeëiste persoon geen sprake zou zijn van een redelijk vermoeden van schuld aan de in de eerste aanklacht bedoelde feiten, omdat hij ten tijde van het uploaden van de gegevens niet in Nederland was. In aanmerking genomen dat de raadsman van de opgeëiste persoon heeft gesteld dat de opgeëiste persoon zijn kennelijke onschuld zoals bedoeld in art. 26, derde lid, Uitleveringswet onverwijld kan aantonen, aangezien uit de door hem overgelegde gegevens blijkt dat de opgeëiste persoon tussen 12 december 2010 en 14 februari 2011 niet in Nederland was, is deze uitleg niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8b459cd1f70dbdcd2b5be7a07fc661d95c5a89230b6a758eeccb6f3553d675b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8b459cd1f70dbdcd2b5be7a07fc661d95c5a89230b6a758eeccb6f3553d675b, en de alinea staat in dat document op bytes 22983 tot 23976.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c8b459cd1f70dbdcd2b5be7a07fc661d95c5a89230b6a758eeccb6f3553d675b | shasum -a 256