Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2012

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX6949.

13. Het verband tussen art. 28, tweede en vierde lid, en art. 26, derde lid, Uitleveringswet brengt immers mee dat een onschuldbewering alleen dan zal opgaan indien de rechtbank onverwijld - dat wil zeggen zonder diepgaand onderzoek vergelijkbaar met dat in het strafgeding zelf - tot de overtuiging komt dat geen sprake kan zijn van een vermoeden van schuld.(9)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8b459cd1f70dbdcd2b5be7a07fc661d95c5a89230b6a758eeccb6f3553d675b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8b459cd1f70dbdcd2b5be7a07fc661d95c5a89230b6a758eeccb6f3553d675b, en de alinea staat in dat document op bytes 23996 tot 24371.