Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX7264.

Voor het geval de gynaecoloog niet zou slagen in dit bewijs, heeft de rechtbank voorts overwogen dat van een redelijk handelend en bekwaam gynaecoloog had mogen worden verwacht dat deze de foetus na het aanbrengen van de epidurale anaesthesie door middel van in- of uitwendige CTG-registratie had bewaakt en dat nu bewaking tussen 05.15 uur en 07.45 uur niet heeft plaatsgevonden, en niet is betwist dat als die bewaking wel had plaatsgevonden het intreden van de asfyxie zou zijn gesignaleerd en door daarop actie te ondernemen de schadelijke gevolgen van asfyxie zouden kunnen zijn voorkomen, zodat de gynaecoloog aansprakelijk is voor de schadelijke gevolgen bij [betrokkene 3] van die asfyxie. Met een beroep op de bevindingen van prof. Visser en op het arrest HR 16 juni 2000, LJN AA6233, NJ 2000/584, m.nt. CJHB inzake de omkeringsregel heeft de rechtbank de gynaecoloog, voor het geval deze niet slaagt in het bewijs van de afwezigheid van asfyxie, toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen de voorshands bewezen geachte stelling dat de huidige toestand van [betrokkene 3] volledig is veroorzaakt door de omstandigheid dat tussen 05.15 uur en 07.45 uur bij haar een periode van asfyxie heeft bestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d98b35ecce91429aca4fc0c84277b1145e1aa4c0c7d15c4a38b53694f57e2fd3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d98b35ecce91429aca4fc0c84277b1145e1aa4c0c7d15c4a38b53694f57e2fd3, en de alinea staat in dat document op bytes 12815 tot 14043.