Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2012

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX7491.

2.2.1 In hoger beroep oordeelde het Hof Amsterdam in zijn arrest van 24 mei 2007 dat [eiser 1] een beroepsfout heeft gemaakt door de belastingfaciliteit die voortvloeit uit de ruilarresten niet in zijn advies te betrekken (zie rov. 2.11). Volgens het Hof was het aan [verweerder 1] om te stellen en zonodig te bewijzen dat hij door deze beroepsfout de kans heeft gemist om gebruik te maken van de faciliteiten die de ruilarresten boden. Er kan slechts sprake zijn van schade indien [verweerder 1] zich ten tijde van zijn uittreden zou hebben kunnen inkopen bij een accountantskantoor dat in economische zin vergelijkbaar is met [A], althans [verweerder 1] op dat moment een concreet voornemen had kunnen hebben "om vervolgens binnen een jaar daarna dat vermogen in te brengen in een nieuwe onderneming van soortgelijke aard" (rov. 2.12). Volgens het Hof waren partijen het erover eens dat in het onderhavige geval bij een in economische zin vergelijkbare onderneming gedacht moet worden aan een groot accountantskantoor (rov. 2.5). Omdat [verweerder 1] daaromtrent geen stellingen had ontwikkeld, heeft het Hof [verweerder 1] niet tot bewijsvoering daarvan toegelaten en heeft het geoordeeld dat de ruilarresten niet van toepassing zijn (rov. 2.14).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87bc199d0dea1299b9738aa7c331df64ba0a3819945006f3edf36923b0110fed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87bc199d0dea1299b9738aa7c331df64ba0a3819945006f3edf36923b0110fed, en de alinea staat in dat document op bytes 7969 tot 9231.