Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 november 2012

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 20 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY0249.

9. In 's Hofs bewezenverklaring is het begrip "zijn minderjarige dochter" gebezigd in dezelfde zin als in art. 249, eerste lid, Sr. De betekenis die daaraan dient te worden toegekend valt te achterhalen in de bepalingen over - kort gezegd - het ouderschap in Boek I BW. Zo luidt art. 1:199 aanhef en onder c BW: "Vader van een kind is de man: (...) c. die het kind heeft erkend".(2)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98c8e229f2c926678639d95925bd69bfd084a61b8cd920a96b8011cabda7e37b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98c8e229f2c926678639d95925bd69bfd084a61b8cd920a96b8011cabda7e37b, en de alinea staat in dat document op bytes 13504 tot 13900.