Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 november 2012

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 20 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY0251.

13. Voor de opvatting dat een verzuim inzake de aankondiging van het voornemen tot indiening van een ontnemingsvordering niet noodzakelijkerwijs tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de ontnemingsvordering moet leiden en dat, afhankelijk van de mate waarin de betrokkene in zijn belangen is geschaad, ook minder vergaande rechtsgevolgen denkbaar zijn, meen ik bovendien geen hindernis te vinden in het arrest van HR 11 januari 2011, LJN BN2297, NJ 2012/297. Daarin zegt de Hoge Raad met betrekking tot het verzuim om mededeling te doen van een ingesteld strafrechtelijk financieel onderzoek dat voor niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de ontnemingsvordering slechts in uitzonderlijke gevallen plaats zal zijn.(5) Niet zie ik over het hoofd dat de Hoge Raad er daarbij op heeft gewezen dat de in HR 9 december 2003, LJN AK3574, NJ 2004/199 "ontwikkelde regel ten aanzien van het verzuim van de officier van justitie mededeling te doen van een in te dienen ontnemingsvordering niet zonder meer toepasbaar is op het verzuim om mededeling te doen van een ingesteld strafrechtelijk financieel onderzoek". Daartoe overweegt de Hoge Raad het navolgende:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3cb124e0a4f42b9df4361196599d82d79de13487dc66be001c50faf0ff031553. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3cb124e0a4f42b9df4361196599d82d79de13487dc66be001c50faf0ff031553, en de alinea staat in dat document op bytes 19704 tot 20902.