Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2012

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY0957.

2.10 Het voorgaande voert tot de slotsom dat het hof in rov. 12 blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting omtrent lid 3 van artikel 1:94 BW door te oordelen dat bij geld, ook indien het gaat om een in geld ontvangen schadevergoeding, nimmer sprake kan zijn van verknochtheid. Dat is, zoals hiervoor uiteengezet, rechtens wel mogelijk. Wel zal om tot verknochtheid te kunnen concluderen vereist zijn, dat aangetoond wordt dat ten tijde van de ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap als gevolg van echtscheiding de in geld ontvangen schadevergoeding nog te identificeren is in die zin dat aangetoond kan worden dat de ten titel van schadevergoeding ontvangen geldsom geheel of althans voor een deel nog aanwezig is. Dit is nodig, omdat voor het op het zojuist genoemde tijdstip aanwezige geld als uitgangspunt is aan te houden dat het volgens de naar de maatschappelijke opvattingen te bepalen aard geen verknocht goed is en dus in de huwelijksgoederengemeenschap valt en voor verdeling in aanmerking komt. Dan is er alleen ruimte om anders te oordelen met betrekking tot een geldsom, die te midden van het aanwezige geld nog als een afzonderlijk goed valt te onderkennen. Door de man zijn daartoe strekkende stellingen naar voren gebracht, waarvan het hof de juistheid in het midden heeft gelaten; zie hierboven aan het slot van 1.6.1. Dit betekent dat klacht 1 niet toch strandt op gebrek aan belang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4fcb1152417ecd755a7d9f543b71c22e9446329fdc04f45c34b5c999220ea44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4fcb1152417ecd755a7d9f543b71c22e9446329fdc04f45c34b5c999220ea44, en de alinea staat in dat document op bytes 32949 tot 34373.