Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2012
Alinea 151 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY1244.
Uit de in aantekening 2.8 bij artikel 13 van het artikelsgewijze commentaar van de Vakstudie opgenomen literatuur over de compartimenteringsleer kan worden afgeleid dat deze leer als rechtvaardig c.q. zeer redelijk wordt beschouwd. De compartimenteringsleer lijkt daarmee ondertussen vrij algemeen aanvaard. Wat betreft het toepassen van de compartimenteringsleer op dividenden, wordt in de literatuur gesignaleerd dat de Hoge Raad zich hierover niet heeft uitgelaten. Zoals sommige schrijvers ook opmerken, zou het wel toepassen van de compartimenteringsleer op vermogenswinsten en het niet toepassen op winstuitkeringen echter tot onevenwichtige resultaten leiden. Voor het al dan niet belasten van een deelnemingsvoordeel zou het dan immers uitmaken of dit voordeel in de vorm van een vermogenswinst dan wel in de vorm van een dividend wordt genoten. Het ligt daarom voor de hand dat dit leerstuk betrekking heeft op zowel vermogenswinsten als dividenden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef0c6b0d6c78d9f6a343f6202fbf5b83f466d31cda6fefecd88f44c265552cdb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef0c6b0d6c78d9f6a343f6202fbf5b83f466d31cda6fefecd88f44c265552cdb, en de alinea staat in dat document op bytes 70028 tot 70999.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef0c6b0d6c78d9f6a343f6202fbf5b83f466d31cda6fefecd88f44c265552cdb | shasum -a 256