Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2012

Alinea 182 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY1244.

In de tweede plaats, bij het vaststellen van de omvang van de onderliggende belasting in de werkelijke deelnemingsverrekening en bij het vaststellen van de belastingdruk in de belastingdruktoets in de deelnemingsvrijstelling gelden andere tijdstippen. En beide tijdstippen verschillen met het tijdstip dat gebruikt werd in de compartimenteringsarresten. Bij een deelneming die voldoet aan de voorwaarden van de EG-moeder-dochterrichtlijn, mag in beginsel verrekend worden "het werkelijke bedrag aan winstbelasting dat [op de winstuitkering] drukt". Er moet dus een oorzakelijk verband zijn tussen in de winstbelasting betrokken winst en de gedane winstuitkering. De belastingdruktoets beoordeelt de bij de dochtervennootschap geheven belasting in relatie tot wat de winst van die dochteronderneming naar Nederlandse maatstaven zou zijn geweest. De wetsgeschiedenis bevat verschillende aanwijzingen dat gekeken moet worden naar de jaarwinst. Daarbij is dan ook relevant of de dochtervennootschap winstneming voor fiscale doeleinden al dan niet kan uitstellen. Om te kunnen compartimenteren moet de winstuitkering kunnen worden toegerekend/verdeeld over de periode dat de deelnemingsvrijstelling wel of de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing was; men moet dus vaststellen wanneer de winst waaruit de winstuitkering gedaan wordt, ontstond. Hierbij kan men in beginsel vier verschillende criteria gebruiken:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef0c6b0d6c78d9f6a343f6202fbf5b83f466d31cda6fefecd88f44c265552cdb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef0c6b0d6c78d9f6a343f6202fbf5b83f466d31cda6fefecd88f44c265552cdb, en de alinea staat in dat document op bytes 92675 tot 94100.