Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2012

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY1244.

4.9. Het betoog van eiseres dat de (uit de wetsgeschiedenis blijkende) bedoeling van de wetgever niet in de plaats mag komen van overgangsrecht en dat vanwege het ontbreken van wettelijke bepalingen op dit punt moet worden uitgegaan van de hoofdregel van onmiddellijke werking van artikel 13 Wet Vpb, kan de rechtbank niet volgen. Anders dan eiseres kennelijk meent, volgt de toe te passen compartimenteringsleer uit de strekking van de deelnemingsvrijstelling en gaat het niet om uitleg van het overgangsrecht met betrekking tot de wijzigingen van de deelnemingsvrijstelling per 1 januari 2007. Het gelijk op dit punt is derhalve ook aan verweerder [Inspecteur, PJW]. Voor zover eiseres betoogt dat aanvaarding van het standpunt van verweerder impliceert dat belasting anders dan uit kracht van een wet worden [wordt, PJW) geheven, miskent zij dat het voordeel in beginsel behoort tot de belastbare winst van eiseres (artikel 8 eerste lid Wet Vpb in verbinding met artikel 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001) en de onderhavige compartimentering berust op uitleg van het bepaalde in artikel 13 Wet Vpb. Het beroep van eiseres faalt ook in zoverre.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef0c6b0d6c78d9f6a343f6202fbf5b83f466d31cda6fefecd88f44c265552cdb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef0c6b0d6c78d9f6a343f6202fbf5b83f466d31cda6fefecd88f44c265552cdb, en de alinea staat in dat document op bytes 21159 tot 22321.