Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2012

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY1244.

4.4 De Staatssecretaris stelt bij verweer dat uit onder meer HR BNB 1991/268(9) volgt dat de deelnemingsvrijstelling alleen kan worden toegepast op voordelen die afkomstig zijn uit een periode waarin de vrijstelling heeft bestaan. Het is niet in overeenstemming met de door de Hoge Raad omschreven strekking van de deelnemingsvrijstelling om dividenden afkomstig uit winst van het jaar 2006 vrij te stellen alleen omdat zij in 2007 worden betaald. De wetgever heeft in de toelichting bij de Wet Werken aan winst expliciet uiteengezet dat en hoe de compartimenteringsleer moet worden toegepast in een geval als dat van de belanghebbende. Volgens de Staatssecretaris is van belastingheffing anders dan uit kracht van wet geen sprake. De heffing berust op de door de Hoge Raad gegeven uitleg van art. 13 Wet Vpb. De tekst van die bepaling laten die uitleg ook toe, zoals blijkt uit HR BNB 1991/286. De strekking van de deelnemingsvrijstelling zou niet tot haar recht komen als de compartimenteringsleer niet (ook) van toepassing zou zijn op dividenden. Ook de literatuur neemt dit standpunt in.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef0c6b0d6c78d9f6a343f6202fbf5b83f466d31cda6fefecd88f44c265552cdb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef0c6b0d6c78d9f6a343f6202fbf5b83f466d31cda6fefecd88f44c265552cdb, en de alinea staat in dat document op bytes 25361 tot 26465.