Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2012
Alinea 486 Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY1533.
'3.50. Aan vooral buitenlandse literatuur ontleen ik het volgende discussiepunt. Het inschakelen van een designer is in veel productcategorieën steeds gebruikelijker geworden, en design, zeker 'goede' design, brengt naar zijn aard toegevoegde waarde mee. Er zijn nogal wat schrijvers die betogen dat de fabrikant voor het (laten) toepassen van design niet 'gestraft' zouden mogen worden via de merkenrechtelijke beschermingsuitsluiting van art. 3 (1) (e) (iii) MRl.(108) Daartegenover staat de gedachte dat top design nu juist bij uitstek 'een wezenlijke waarde' meebrengt(109), zeker leidend tot toepasselijkheid van de uitsluiting (en in de eerder genoemde gedachtegang 'het zwaarst gestraft' zou worden). Dat roept weer de vraag op of het 'straf-voor-goed-gedrag-argument' in de literatuur niet in wezen een inconsistent - retorisch - argument is, te meer gegeven de veelal aanwezige, evenwel in de tijd beperkte modellenrechtelijke en/of auteursrechtelijke bescherming van design.'
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b723393928334897c0845ce3e44e3ae88d828a0bc5003d4dcccc8af8903ffc3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b723393928334897c0845ce3e44e3ae88d828a0bc5003d4dcccc8af8903ffc3f, en de alinea staat in dat document op bytes 197215 tot 198215.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b723393928334897c0845ce3e44e3ae88d828a0bc5003d4dcccc8af8903ffc3f | shasum -a 256