Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 november 2012

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 2 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY2000.

2.5. De rechtbank heeft, in cassatie onbestreden, vastgesteld dat de toepassing van het onderhavige 'kamerprogramma' geen insluiting meebrengt, nu betrokkene in zijn kamer verblijft die niet wordt afgesloten. Daarom is van separatie of afzondering geen sprake. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De rechtsklacht is wellicht ingegeven door de gedachte dat voor een vrijheidsbeneming in de zin van art. 5 EVRM niet nodig is dat de deur op slot zit. Wanneer de betrokkene van overheidswege voortdurend onder toezicht wordt gehouden en niet vrij is om te vertrekken, kan inderdaad sprake zijn van een vrijheidsbeneming in de zin van art. 5 lid 1 EVRM(10). In het onderhavige geding gaat het echter niet om de vraag of sprake is van een vrijheidsbeneming in de zin van art. 5 lid 1 EVRM - die was er reeds door de onvrijwillige opneming van betrokkene in het psychiatrisch ziekenhuis -, maar om de vraag of de toepassing van het 'kamerprogramma' naar nationaal recht kan worden gekwalificeerd als een middel of maatregel in de zin van art. 39 Wet Bopz.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c0bc44b5b727602fae74f67a82f4e523439f977ff15da49cb70b273e06835b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c0bc44b5b727602fae74f67a82f4e523439f977ff15da49cb70b273e06835b4, en de alinea staat in dat document op bytes 15197 tot 16285.