Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 november 2012

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 2 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY2000.

2.11. De klachtencommissie heeft in een overweging ten overvloede (onder 4.5) opgemerkt dat uit de aan haar overgelegde stukken niet blijkt dat is voldaan aan het vereiste (in art. 40a Wet Bopz) dat van een beperking als bedoeld in art. 40 Wet Bopz(14) schriftelijk en met opgaaf van redenen mededeling aan de patiënt wordt gedaan, maar stelde tevens vast dat over die nalatigheid niet is geklaagd. In het beroepschrift tegen de uitspraak van de klachtencommissie is namens betrokkene alsnog aangevoerd dat in dit geval niet is voldaan aan art. 40 e.v. Wet Bopz: hij zou bij voortduring worden afgezonderd in zijn eigen kamer, zonder dat hij behoorlijk uitleg heeft gekregen van het hoe en waarom, noch van de tijdsduur die hiermee gemoeid is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c0bc44b5b727602fae74f67a82f4e523439f977ff15da49cb70b273e06835b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c0bc44b5b727602fae74f67a82f4e523439f977ff15da49cb70b273e06835b4, en de alinea staat in dat document op bytes 21622 tot 22380.