Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 december 2012

Alinea 129 Parket bij de Hoge Raad 4 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY2823.

7. In de toelichting op het middel wordt in de eerste plaats aangevoerd dat het Hof in zijn nadere bewijsoverweging inzake de roekeloosheid van verdachtes handelen, een omstandigheid betrekt die niet als zodanig noch in de tenlastelegging noch in de bewezenverklaring is opgenomen, te weten de omstandigheid dat de verdachte tijdens het rijden in gesprek zou zijn geweest met zijn bijrijder en verdachte zich tijdens het rijden regelmatig tot hem zou hebben gewend. Volgens de toelichting op het middel is daarmee sprake van grondslagverlating. Dat is niet juist. Zoals voor het bewijs van opzet niet de omstandigheden waaruit het opzet kan worden afgeleid behoeven te worden tenlastegelegd geldt dat ook voor omstandigheden die tot het bewijs van de culpa leiden.(1)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78d3db430228f38e78a603d5148a8441e390f17384d270baa1f31c4dfa624772. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78d3db430228f38e78a603d5148a8441e390f17384d270baa1f31c4dfa624772, en de alinea staat in dat document op bytes 33403 tot 34183.