Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2012
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY3123.
2.12 Indien de overeenkomst aan de hand van de Haviltex-maatstaf wordt uitgelegd, kan art. 3:36 BW een derde bescherming bieden.(13) Het artikel vereist dat de derde op basis van de opgewekte schijn een handeling heeft verricht (voortbouwend handelen). Mogelijk kan het ook een nalaten betreffen. Op de onjuistheid van de veronderstelling bij de derde kan met betrekking tot deze handeling geen beroep worden gedaan.(14) In de literatuur wordt verdedigd dat de aanvaarding van het derdenbeding als een zodanige handeling kan worden aangemerkt en niet het nalaten zelf een verzekering af te sluiten.(15) Het vertrouwen van de derde wordt niet snel aangenomen, omdat de verklaringen en gedragingen van partijen normaal gesproken niet op een derde zijn gericht.(16) Op de derde rust bovendien een onderzoeksplicht (art. 3:11 BW).(17) Anderzijds zal wie ter zake van een rechtshandeling een in behoorlijke vorm opgemaakt bewijssstuk ondertekent, ermee rekening moeten houden dat derden daarop zullen afgaan.(18)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65c18e5d2f9214c71ec5e20192b6f31275f2729d4b6aced9dc7adae9513c69f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65c18e5d2f9214c71ec5e20192b6f31275f2729d4b6aced9dc7adae9513c69f0, en de alinea staat in dat document op bytes 22363 tot 23384.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/65c18e5d2f9214c71ec5e20192b6f31275f2729d4b6aced9dc7adae9513c69f0 | shasum -a 256