Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012

Alinea 205 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY3151.

3.17 Uit de over de Terugkeerrichtlijn gewezen arresten El Dridi en Achughbabian volgt dat, hoewel de richtlijn zich er niet tegen verzet dat illegaal verblijf in het recht van een lidstaat wordt aangemerkt als een strafbaar feit en dat daarop strafrechtelijke sancties worden gesteld, de vreemdelingenrechtelijke verwijdering en terugkeer van de illegaal verblijvende persoon naar diens thuisland of een ander derde land voorop dient te staan. Oplegging en tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf voor illegaal verblijf voorafgaand aan of gedurende de tijd dat de terugkeerprocedure loopt, dragen niet bij tot de verwezenlijking van de doelstelling van de Terugkeerrichtlijn, maar kunnen daarvoor juist een belemmering vormen en dus de fysieke verwijdering en terugkeer vertragen. Hierdoor zou afbreuk worden gedaan aan de nuttige werking van de richtlijn, terwijl de lidstaten verplicht zijn enerzijds zo spoedig mogelijk achtereenvolgens de maatregelen te treffen die geschikt zijn om de nakoming van de uit een richtlijn voortvloeiende verplichtingen te verzekeren en anderzijds zich te onthouden van maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen daarvan in gevaar kunnen brengen. Zodra een lidstaat vaststelt dat het verblijf van een persoon op zijn grondgebied illegaal is, moet deze lidstaat een terugkeerbeslissing nemen en deze gaan uitvoeren. Het is de lidstaat niet toegestaan het nemen van deze beslissing uit te stellen ten faveure van een strafrechtelijke vervolging.(11) Oplegging en tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende sanctie wegens illegaal verblijf voordat de procedure gericht op verwijdering en terugkeer is afgerond, zijn dan ook volgens het HvJ EU niet toegestaan. Pas in de situatie waarin met bovengenoemde vreemdelingenrechtelijke maatregelen de verwijdering van de illegaal verblijvende onderdanen van een derde land niet is bereikt, staat het de lidstaten vrij tot zo een oplegging en tenuitvoerlegging over te gaan die die onderdanen ervan kunnen doen afzien hun illegaal verblijf op het grondgebied van die staten voort te zetten. In zijn noot in de NJ onder de uitspraak in de zaak Achughbabian schrijft Mok dat het HvJ EU waarschijnlijk het oog heeft op gevallen waarin een illegaal uit een lidstaat is verwijderd maar weer illegaal in die lidstaat is teruggekeerd. Uit de uitspraak Achugbabian blijkt wel dat een vrijheidsbenemende straf mag worden opgelegd wanneer de terugkeerprocedure helemaal zonder succes is doorlopen en de illegaal verblijvende persoon geen legitieme grond heeft die zijn vertrek verhindert.(12) De mogelijkheden van de Terugkeerrichtlijn zijn dan uitgeput. Van de lidstaten mag niet worden gevergd dat zij de weg die zo duidelijk vruchteloos is gebleken telkens maar opnieuw bewandelen als er geen verandering in de situatie is gebleken. De Terugkeerrichtlijn verzet zich er dus niet tegen dat strafrechtelijke sancties worden opgelegd, volgens de nationale regels van het strafprocesrecht, aan onderdanen van derde landen op wie de bij deze richtlijn ingestelde terugkeerprocedure is toegepast en die illegaal en zonder geldige reden om niet te vertrekken op het grondgebied van een lidstaat verblijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed9653e56bbe4d72a6d1b8efafd9468267e243bcb58198412ff2a4038d730d67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed9653e56bbe4d72a6d1b8efafd9468267e243bcb58198412ff2a4038d730d67, en de alinea staat in dat document op bytes 84193 tot 87399.