Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012

Alinea 231 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY3151.

Op 10 april 2012 heeft het gerechtshof te 's-Hertogenbosch arrest gewezen in een zaak waarin de verdachte beschuldigd was van het misdrijf van artikel 197 Sr.(36) Het hof stelde zich de vraag welke implicaties de Terugkeerrichtlijn kan hebben. Het hof begint met de constatering dat Nederland de richtlijn niet tijdig heeft geïmplementeerd en dat de burger vanaf 24 december 2010 rechtstreeks een beroep kan doen op die richtlijn. De Terugkeerrichtlijn is ook van toepassing in zaken waarin de ongewenstverklaring en de tenlastegelegde gedragingen dateren van voor de implementatiedatum omdat toepassing van de Terugkeerrichtlijn onder omstandigheden in de weg kan staan aan het opleggen van een gevangenisstraf. Dan zijn de bepalingen van deze richtlijn voor de verdachte gunstiger dan de bepalingen van het nationale recht en moet de rechter dus toetsen aan de bepalingen van deze Terugkeerrichtlijn. De ongewenstverklaring moet worden beschouwd als een terugkeerbesluit. Tevens hield de ongewenstverklaring een inreisverbod in nu aan de vreemdeling na de ongewenstverklaring geen termijn voor vertrek is geboden. De ongewenstverklaring noemt geen duur, zodat het hof uitgaat van de termijn van vijf jaar die in de Terugkeerrichtlijn verbonden kan zijn aan een inreisverbod. Het hof verwerpt het standpunt van het OM dat de richtlijn niet van toepassing is als het misdrijf van artikel 197 Sr aan de orde is. Het hof herhaalt dan in de overwegingen over de strafoplegging dat de oplegging van een gevangenisstraf aan onderdanen van derde landen die illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven en op wie de terugkeerprocedure is toegepast geoorloofd is, mits er geen geldige reden is om niet terug te keren. Volgens het hof kan uit de rechtspraak van het HvJ EU niet worden afgeleid dat een gevangenisstraf niet kan worden opgelegd als geen vreemdelingenbewaring toegepast is geworden. Op de lidstaten rust een inspanningsverplichting om de illegale vreemdeling te laten terugkeren. In de onderhavige zaak is aan het hof gebleken dat verdachte na het bewezenverklaarde feit is uitgezet naar zijn geboorteland. Hierdoor kwam een einde aan de inspanningsverplichting van de Nederlandse overheid en aan de terugkeerprocedure. Verdachte is nadien weer op Nederlands grondgebied aangetroffen. Een geldige reden om niet terug te keren naar zijn geboorteland is niet aannemelijk geworden, zodat aan de twee door het HvJ EU gestelde voorwaarden is voldaan. Oplegging van een gevangenisstraf is niet in strijd met de Terugkeerrichtlijn. (37)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed9653e56bbe4d72a6d1b8efafd9468267e243bcb58198412ff2a4038d730d67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed9653e56bbe4d72a6d1b8efafd9468267e243bcb58198412ff2a4038d730d67, en de alinea staat in dat document op bytes 103962 tot 106522.