Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012
Alinea 233 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY3151.
Ook het gerechtshof Leeuwarden heeft zich gebogen over de verhouding tussen artikel 197 Sr en de Terugkeerrichtlijn. In een arrest van 26 april 2012(40) ging het om een vreemdeling die in 1992 ongewenst was verklaard en in oktober 2011 in Nederland was aangetroffen. Het hof overweegt dat de ongewenstverklaring naar inhoud en strekking overeenkomt met een inreisverbod. Het overweegt voorts, nogal verrassend, dat het geen aanknopingspunten heeft gevonden voor het oordeel dat er nog ruimte bestaat voor het instrument van de ongewenstverklaring voor onderdanen van derde landen naast de Terugkeerrichtlijn. Volgens het hof houdt de Terugkeerrichtlijn een uitputtende regeling in. Met de verdediging gaat het hof er vanuit dat een inreisverbod, en de ongewenstverklaring dus ook, in beginsel niet langer mag duren dan vijf jaar. Die termijn gaat volgens het hof, anders dan de raadsman meent, niet in met de uitreiking van de ongewenstverklaring, maar op het moment van het verlaten van het grondgebied. De ongewenstverklaring is nog niet verlopen omdat niet is gebleken dat de vreemdeling na de uitreiking van de beschikking het grondgebied heeft verlaten. Vervolgens verwijst het hof naar de beslissing van het HvJ EU in de zaak Achughbabian. Uit een overzicht van de Dienst Terugkeer & Vertrek maakt het hof op dat de verdachte tweemaal in vreemdelingenbewaring is gesteld. Die bewaring is geëindigd zonder dat de verdachte kon worden uitgezet. Daarmee is volgens het hof voldaan aan de eerste eis die het HvJ EU in de zaak Achughbabian heeft gesteld. Vervolgens overweegt het hof dat daaraan niet af doet dat thans opnieuw zal worden onderzocht of de verdachte na zijn detentie kan worden uitgezet. Of dit laatste strookt met de strekking van de Terugkeerrichtlijn zoals die door het HvJ EU wordt begrepen, is niet op het eerste gezicht zonneklaar. Voorts blijkt het hof niet te hebben onderzocht op welke grond de uitzetting telkens niet kon worden gerealiseerd. En dat raakt toch de tweede voorwaarde die het HvJ EU heeft gesteld.(41)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed9653e56bbe4d72a6d1b8efafd9468267e243bcb58198412ff2a4038d730d67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed9653e56bbe4d72a6d1b8efafd9468267e243bcb58198412ff2a4038d730d67, en de alinea staat in dat document op bytes 107648 tot 109707.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed9653e56bbe4d72a6d1b8efafd9468267e243bcb58198412ff2a4038d730d67 | shasum -a 256