Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012
Alinea 238 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY3151.
Ook de politierechter in de rechtbank Utrecht zag in een ongewenstverklaring een inreisverbod besloten.(47) Oplegging van een gevangenisstraf wegens het misdrijf van artikel 197 Sr is verenigbaar met de Terugkeerrichtlijn mits is voldaan aan de eisen die het HvJ EU stelt. Dat het HvJ EU, zoals de politierechter overweegt, in zijn uitspraken heeft overwogen dat illegale vreemdelingen die naast het strafbare feit van illegaal verblijf andere strafbare feiten hebben gepleegd op grond van artikel 2, tweede lid sub b, van de Terugkeerrichtlijn in beginsel buiten de werkingssfeer die richtlijn vallen, lijkt mij een beetje te kort door de bocht. Ook de nadere uitwerking door de rechter van deze gedachte roept vraagtekens op, maar de rechter verbindt hieraan geen consequenties. Wel juist lijkt mij de opmerking van de politierechter dat telkens moet worden nagegaan om welke redenen en wanneer de verdachte ongewenst is verklaard, of de terugkeerprocedure is toegepast en of de verdachte als geldig aan te merken redenen had om niet terug te keren. Sinds de ongewenstverklaring hebben de Nederlandse autoriteiten tevergeefs meerdere pogingen aangewend om de verdachte te doen terugkeren, maar de verdachte heeft daaraan niet willen meewerken. De verdachte heeft zich beroepen op omstandigheden die hij ook in zijn asielprocedure naar voren heeft gebracht. Deze omstandigheden zijn echter niet onderbouwd en bovendien is de strafprocedure niet de geëigende plaats om de gronden voor het asielverzoek nogmaals naar voren te brengen. In verband met de onherroepelijke afwijzing van verdachtes aanspraken door de bestuursrechter en in aanmerking genomen de implicaties van een behoorlijke taakverdeling tussen strafrechter en bestuursrechter, onderzoekt de strafrechter niet zelfstandig nogmaals de asielgerelateerde gronden. De verdachte heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij geldige reden heeft om niet terug te keren. Er is voldaan aan de eisen die het HvJ EU stelt voor een rechtmatige strafoplegging aan een illegale vreemdeling wegens diens illegale verblijf. De politierechter verwerpt ook het verweer dat de verdachte niet voor artikel 197 Sr kan worden veroordeeld omdat aan de ongewenstverklaring geen tijdslimiet is verbonden, zoals de Terugkeerrichtlijn verlangt. Nationale regelgeving zoals artikel 197 Sr bestaat naast de Terugkeerrichtlijn. De nationale wetgever is bevoegd die nationale regeling zelfstandig in te richten, onder meer wat betreft de duur van de maatregel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed9653e56bbe4d72a6d1b8efafd9468267e243bcb58198412ff2a4038d730d67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed9653e56bbe4d72a6d1b8efafd9468267e243bcb58198412ff2a4038d730d67, en de alinea staat in dat document op bytes 113812 tot 116313.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed9653e56bbe4d72a6d1b8efafd9468267e243bcb58198412ff2a4038d730d67 | shasum -a 256