Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012
Alinea 241 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY3151.
Een andere kwestie betreft de inspanningsverplichting van een lidstaat. Onder 48 van de uitspraak in de zaak Achughbabian heeft het HvJ EU de mogelijkheid aanvaard van oplegging van een strafrechtelijke sanctie aan een vreemdeling op wie een terugkeerprocedure is toegepast en die nog steeds illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijft zonder geldige reden om niet terug te keren. Op het eerste gezicht lijkt deze overweging te duiden op de vreemdeling die ondanks inspanningen van een lidstaat niet kan worden verwijderd omdat de vreemdeling zelf niet wil meewerken. Maar hoe staat het met de gevallen waarin de terugkeerprocedure wel met succes is doorlopen en de vreemdeling na enige tijd weer opduikt op het grondgebied van de lidstaat? Is de lidstaat dan verplicht om weer een terugkeerprocedure te starten ter verwijdering van de vreemdeling? Of mag de lidstaat dan een strafsanctie opleggen? Moet een strafsanctie uitblijven wanneer de vreemdeling dan al is onderworpen aan maatregelen die gericht zijn op zijn terugkeer, zoals bijvoorbeeld de vreemdelingenbewaring? De AG Mazák heeft in zijn standpuntbepaling in de zaak Achughbabian gereageerd op het standpunt van enige lidstaten, dat erop neerkwam dat de Terugkeerrichtlijn slechts van toepassing is vanaf het tijdstip waarop een terugkeerbesluit is genomen. Dat zou de lidstaten de ruimte geven om, alvorens een terugkeerbesluit te nemen, een strafsanctie op te leggen en te executeren. Zo een beoordelingsmarge komt volgens de AG aan de lidstaten niet toe. Volgens de AG blijkt juist uit verschillende onderdelen van de Terugkeerrichtlijn dat zij de verplichting voor de lidstaten in het leven wil roepen om ten aanzien van iedere illegale vreemdeling op hun grondgebied de terugkeerprocedure in te leiden. De AG maakt dus geen onderscheid tussen de vreemdeling die wordt uitgezet en terugkeert en de illegale vreemdeling die voor het eerst wordt aangetroffen. Dat zou dus betekenen dat de lidstaten enkel een strafsanctie kunnen opleggen aan de illegale vreemdeling die de terugkeerprocedure heeft doorlopen maar zijn verwijdering tegenwerkt, waardoor deze niet kan worden gerealiseerd. De consequentie zou zijn dat ongewenst verklaarde vreemdelingen die worden uitgezet maar telkens opnieuw terugkeren en worden aangetroffen op het grondgebied, niet voor het misdrijf van artikel 197 Sr zouden kunnen worden vervolgd maar telkens weer aan een terugkeerprocedure zouden moeten worden onderworpen. Dat lijkt mij geen aantrekkelijk vooruitzicht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed9653e56bbe4d72a6d1b8efafd9468267e243bcb58198412ff2a4038d730d67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed9653e56bbe4d72a6d1b8efafd9468267e243bcb58198412ff2a4038d730d67, en de alinea staat in dat document op bytes 117312 tot 119844.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed9653e56bbe4d72a6d1b8efafd9468267e243bcb58198412ff2a4038d730d67 | shasum -a 256