Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012

Alinea 242 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY3151.

3.30 Thans kom ik toe aan de bespreking van de voorgestelde deelklacht. Het dossier leert dat verdachte nooit rechtmatig verblijf heeft gehad in Nederland, maar dat hij hier desondanks naar eigen zeggen sinds 1993 verblijft. Hoewel verdachte vanaf 1996 verschillende keren is gepresenteerd bij de Algerijnse, Franse, Marokkaanse en Tunesische diplomatieke diensten, heeft dit nooit geleid tot een laissez-passer. Aangezien hij vanaf 1994 regelmatig met politie en justitie in aanraking komt en aangenomen wordt dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde, is hij bij beschikking van 11 juni 2004 tot ongewenst vreemdeling verklaard met de verplichting het land onmiddellijk te verlaten. De beschikking tot ongewenstverklaring is op 7 juli 2004 aan verdachte in persoon uitgereikt. Verdachte is sindsdien herhaaldelijk schriftelijk en mondeling aangezegd Nederland te verlaten, maar heeft hieraan geen gehoor gegeven ondanks het feit dat zijn bewering dat hij staatloos is niet opgaat en hij geen geldige reden heeft om niet te vertrekken. Verdachte heeft weliswaar verklaard dat hij "wel eens" naar België is geweest en "de laatste tijd" in Antwerpen woont, maar enige informatie hieromtrent of over eventuele andere vrijwillige uitreizen van verdachte ontbreekt in het dossier. Naar mijn oordeel moet het er dan ook voor worden gehouden dat verdachte het Nederlands grondgebied nooit heeft verlaten in de zin van de hem rechtens opgelegde vertrekverplichting. Verdachte behoort dus niet tot het cohort vreemdelingen dat na verwijdering er telkens weer in slaagt naar Nederland terug te keren om hun illegaal verblijf hier te lande voort te zetten. Zoals ik schreef bestaat over deze categorie van pendelaars geen zekerheid dat strafrechtelijke sanctionering, wanneer zij weer in Nederland worden aangetroffen, mag worden toegepast of dat er weer een terugkeerprocedure moet worden begonnen. Het dossier bevat eveneens geen informatie over in de jaren sinds verdachtes ongewenstverklaring door de Nederlandse staat ondernomen inspanningen om hem uit te zetten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed9653e56bbe4d72a6d1b8efafd9468267e243bcb58198412ff2a4038d730d67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed9653e56bbe4d72a6d1b8efafd9468267e243bcb58198412ff2a4038d730d67, en de alinea staat in dat document op bytes 119900 tot 121977.