Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012

Alinea 139 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY3905.

2.7. Anders dan het verweerschrift in cassatie suggereert, is overigens in feitelijke instantie voldoende gemotiveerd gesteld welke gedingstukken alsnog door de Inspecteur aan het Hof overgelegd hadden moeten worden. Bovendien is ook in feitelijke aanleg uitdrukkelijk betwist dat belanghebbende via de strafzaak over deze stukken beschikt. Ook in die procedure zijn, zoals gesteld, immers de agenda's c.q. afschriften daarvan niet bij de processtukken opgenomen en ook anderszins niet tot de documenten gerekend. Belanghebbende althans zijn verdediging is ook niet in de gelegenheid gesteld daarvan anderszins kennis te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e53ee823ad865b1360d88d29beb4ac2dc65be979783d594ead7381640409ccf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e53ee823ad865b1360d88d29beb4ac2dc65be979783d594ead7381640409ccf, en de alinea staat in dat document op bytes 56401 tot 57042.