Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012

Alinea 260 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY3905.

3.5. Hetzelfde geldt ten aanzien van het afwijzen van het aanbod CC te horen als getuige. Het Hof stelt wel dat, uitgaande van de verklaring van CC, de conclusie toch niet anders zal zijn, maar volstrekt in het midden wordt gelaten van welke juiste verklaring van CC dan wordt uitgegaan. Hij kan verklaren over (het aangaan van) de overeenkomst met J N.V. en bespreking(en) in Curaçao. Het Hof kent die verklaring niet en toch meent het dat deze niet tot andere conclusies kan leiden. Zelfs niet als van de juistheid wordt uitgegaan. Hoe kan van die juistheid worden uitgegaan als die verklaring niet tot stand is gekomen en niet exact duidelijk is wel bewijs uit de verklaring zou zijn voortgevloeid? Het oordeel van het Hof is derhalve onjuist, dan wel niet naar de eisen der wet met redenen omkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e53ee823ad865b1360d88d29beb4ac2dc65be979783d594ead7381640409ccf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e53ee823ad865b1360d88d29beb4ac2dc65be979783d594ead7381640409ccf, en de alinea staat in dat document op bytes 102854 tot 103670.