Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012

Alinea 312 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY3905.

5.24 Bovendien dient te worden bedacht dat het Hof in r.o. 7.2.3.1-7.2.3.3 een groot aantal feiten en omstandigheden heeft opgesomd die het Hof door de Inspecteur aannemelijk gemaakt acht. Het Hof heeft in r.o. 7.2.3 overwogen: 'Op grond van deze feiten en omstandigheden, gezamenlijk en in onderling verband bezien, is aannemelijk dat belanghebbende in het onderhavige jaar het merendeel van zijn tijd in Nederland doorbracht en daar in gezinsverband met zijn echtgenote leefde.' Het komt mij voor dat die door het Hof vastgestelde feiten en omstandigheden reeds zoveel gewicht in de schaal leggen dat daartegenover (veel) te weinig gewicht toekomt aan de daar tegenover staande eerste en derde bewijsaanbiedingen van belanghebbende, reeds op voorhand, al aannemende dat die bewijsaanbiedingen inderdaad door getuigen worden ondersteund.(76) Mutatis mutandis geldt mijns inziens hetzelfde voor de tweede bewijsaanbieding ten opzichte van r.o. 7.5.1-7.5.6.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e53ee823ad865b1360d88d29beb4ac2dc65be979783d594ead7381640409ccf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e53ee823ad865b1360d88d29beb4ac2dc65be979783d594ead7381640409ccf, en de alinea staat in dat document op bytes 123460 tot 124430.