Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012

Alinea 358 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY3905.

3.3.3. Voorzover de klachten uitgaan van de opvatting dat voor het duurzaam ter beschikking hebben van een tehuis in de zin van artikel 4, lid 3, letter a, van het Verdrag noodzakelijk is dat het gebruik van de woning door de belastingplichtige berust op een (zakelijk of persoonlijk) recht, falen zij, omdat die opvatting onjuist is. De enkele omstandigheid dat een formele rechtsbetrekking tussen de belastingplichtige en de woning ontbreekt, vormt geen beletsel om aan te nemen dat hij daarover duurzaam de beschikking heeft. Wel is vereist dat de woning de belastingplichtige permanent als tehuis feitelijk ter beschikking staat, niet incidenteel voor bepaalde doeleinden en/of voor korte duur. Deze uitleg is in overeenstemming met de tekst van voormelde bepaling van het Verdrag en van artikel 4, lid 2, letter a, van het OESO-Modelverdrag van 1963, waaraan deze bepaling kennelijk is ontleend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e53ee823ad865b1360d88d29beb4ac2dc65be979783d594ead7381640409ccf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e53ee823ad865b1360d88d29beb4ac2dc65be979783d594ead7381640409ccf, en de alinea staat in dat document op bytes 141706 tot 142619.