Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012
Alinea 406 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY3905.
-3.3. De in 3.2 vermelde oordelen zijn van feitelijke aard en kunnen als niet onbegrijpelijk en geen nadere motivering behoevende in cassatie niet met vrucht worden bestreden. Zij laten voorts geen andere gevolgtrekking toe dan dat belanghebbende het onderwerpelijke bedrag heeft genoten als een voordeel uit niet in dienstbetrekking verrichte arbeid. Nu daarmee vaststaat dat het onderwerpelijke bedrag in het inkomen van belanghebbende moet worden begrepen, ontvalt het belang aan de middelen voorzover deze zijn gericht tegen 's Hofs oordeel dat in het midden kan blijven of het voordeel moet worden gerekend tot de inkomsten uit arbeid dan wel tot de inkomsten uit vermogen. In zoverre kunnen de middelen derhalve niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e53ee823ad865b1360d88d29beb4ac2dc65be979783d594ead7381640409ccf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e53ee823ad865b1360d88d29beb4ac2dc65be979783d594ead7381640409ccf, en de alinea staat in dat document op bytes 154063 tot 154819.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e53ee823ad865b1360d88d29beb4ac2dc65be979783d594ead7381640409ccf | shasum -a 256