Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012

Alinea 451 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY3905.

8.10 Een belanghebbende dient in beginsel uiterlijk hangende het hoger beroep aan het Hof te verzoeken om een immateriële schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn.(112) In casu doet het zich echter voor dat de feiten met zich meebrengen dat belanghebbende die mogelijkheid bij het Hof niet heeft gehad. Daar was het onderzoek, na afloop van de zitting, immers gesloten op het moment dat de twee-jaarstermijn nadien mogelijkerwijs werd overschreden (sinds twee jaar na indiening hoger beroep, dus sinds 4 juni 2011).(113) Overigens kan worden opgemerkt dat de wettelijke termijn voor het doen van een uitspraak door het Hof niet in acht is genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e53ee823ad865b1360d88d29beb4ac2dc65be979783d594ead7381640409ccf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e53ee823ad865b1360d88d29beb4ac2dc65be979783d594ead7381640409ccf, en de alinea staat in dat document op bytes 168188 tot 168874.