Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY3968.

12. Hier lijkt het mij aannemelijk dat gegrondbevinding van de in cassatie aangevoerde bezwaren consequenties zou moeten hebben voor alle drie de te beoordelen beslissingen. Deze gegrondbevinding zou immers de mogelijkheid impliceren dat er inderdaad, met het oog op de belangen van [het kind], de noodzaak zou kunnen bestaan van de benoeming van een bijzonder curator, terwijl rechtbank en hof daarvoor geen aanleiding zagen. Als uitvloeisel van de zienswijze van rechtbank en hof, zijn de andere zaken beoordeeld zonder de "inbreng" van een bijzonder curator. De hier als mogelijk veronderstelde uitkomst van de cassatieprocedure zou impliceren dat het denkbaar is dat die "inbreng" wel rechtens vereist was. Daarmee zou dan een essentieel element aan de basis voor de in de andere twee geschillen gegeven beslissing(en) komen te ontvallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3b958c19b1aa9e3a19c861abc245a3e2baae61b8b30ee4a323e589b7d599934e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3b958c19b1aa9e3a19c861abc245a3e2baae61b8b30ee4a323e589b7d599934e, en de alinea staat in dat document op bytes 11850 tot 12705.