Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY4238.

4.11. Wat betekent dit voor de onderhavige zaak? Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte zijn thuisland Somalië is ontvlucht en via onder meer een hem onbekend Arabisch land per vliegtuig naar Nederland is gereisd, alwaar hij op 4 maart 2008 is aangekomen. Verdachte heeft vervolgens vijf dagen in Nederland verbleven, waarna hij via Dublin poogde uit te reizen naar wat het Hof aanmerkt als zijn "eindbestemming", te weten Londen. Daarin ligt als oordeel van het Hof besloten dat de verdachte in Nederland slechts op doorreis was en dus, ondanks de vijf dagen verblijf in Nederland, nog steeds doende was om "directly" het land van zijn bestemming te bereiken. Gelet daarop geeft het oordeel van het Hof dat verdachte niet de bescherming van art. 31 Vluchtelingenverdrag geniet omdat hij zich bij aankomst in Nederland niet onverwijld bij de autoriteiten heeft gemeld, blijk van een te beperkte uitleg van art. 31 lid 1 Vluchtelingenverdrag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28bf0b3a2ad7951a3065485f48d3d0c019d64758f6a0d0da6bc56c8c56a7f347. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28bf0b3a2ad7951a3065485f48d3d0c019d64758f6a0d0da6bc56c8c56a7f347, en de alinea staat in dat document op bytes 18226 tot 19183.