Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2012
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY4629.
Bij haar oordeel dat de onderhandelingspoging van de gemeente beantwoordt aan de strekking van art. 17 Ow en niet heeft te gelden als een louter ingevolge de wet in te vullen formaliteit heeft de rechtbank voorts de vaststelling in het Koninklijk Besluit van 14 mei 2009 in aanmerking genomen dat (i) de gemeente vanaf 2004 telefonisch dan wel schriftelijk heeft getracht de grond van [eiser] c.s. te verwerven en dat (ii) de gemeente op 26 oktober 2007 een bod heeft uitgebracht dat op 19 december 2007 door [eiser] c.s. is verworpen. De conclusie van de rechtbank in rechtsoverweging 3.5.3 dat er geen grond is om aan te nemen dat voormeld bod van de gemeente van dien aard is dat moet worden aangenomen dat de gemeente in de periode tussen het definitief worden van het onteigeningsbesluit en het uitbrengen van de dagvaarding te werk is gegaan als ware het voorschrift van artikel 17 een vrijwel te verwaarlozen formaliteit, is in het licht van de gedingstukken(12) voldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0edf5fb4e97e461ce5d6f08ccde41060872027905c0b59500f179027133ad8e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0edf5fb4e97e461ce5d6f08ccde41060872027905c0b59500f179027133ad8e5, en de alinea staat in dat document op bytes 13272 tot 14277.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0edf5fb4e97e461ce5d6f08ccde41060872027905c0b59500f179027133ad8e5 | shasum -a 256