Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY4828.

4.7. Ik zal niet verhelen dat er ook gedingstukken zijn die in andere richting wijzen. Zo blijkt daaruit dat de officier van justitie de Rechter-Commissaris op 8 augustus 2008 verzoekt om "tijd en plaats van verhoor te bepalen, zoals bedoeld in art. 59a". Het proces-verbaal "verhoor van verdachte (inbewaringstelling)" houdt voorts in dat de Rechter-Commissaris de verdachte meedeelt dat "niet is gebleken dat de inverzekeringstelling onrechtmatig is". Uit de gedingstukken blijkt voorts niet dat de inverzekeringstelling, die voor drie dagen werd bevolen, voortijdig door de (hulp)officier van justitie is beëindigd. Dit alles neemt niet weg dat er teveel onzekerheden zijn om in cassatie vast te kunnen stellen dat de verdachte gelegenheid heeft gehad om het begane verzuim aan de Rechter-Commissaris voor te leggen bij diens toetsing van de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling.(1)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8f193fa65de59e4fff6366bd78e7c6b97cf27cd59d29e92ffbffd4d65158394. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8f193fa65de59e4fff6366bd78e7c6b97cf27cd59d29e92ffbffd4d65158394, en de alinea staat in dat document op bytes 19404 tot 20311.