Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY4828.

4.8. Belangrijker dan dat is evenwel dat het enkele feit dat die gelegenheid heeft bestaan, nog niet wil zeggen dat een beroep op art. 359a Sv uitgesloten is. Een beroep op onrechtmatige bewijsverkrijging die het gevolg is van een onrechtmatige aanhouding blijft mogelijk (HR 17 januari 2012, LJN BT2518, NJ 2012/164). Hetzelfde lijkt te gelden voor een op de onrechtmatigheid van de aanhouding gebaseerd beroep op strafvermindering. In HR 24 november 2009, LJN BJ3252, NJ 2011/194 had het Hof, de Hoge Raad citerend, een dergelijk beroep afgewezen omdat de toetsing ervan voorbehouden zou zijn aan de Rechter-Commissaris. De Hoge Raad oordeelde daarover als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8f193fa65de59e4fff6366bd78e7c6b97cf27cd59d29e92ffbffd4d65158394. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8f193fa65de59e4fff6366bd78e7c6b97cf27cd59d29e92ffbffd4d65158394, en de alinea staat in dat document op bytes 20350 tot 21028.