Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY4828.

"3.3. Het Hof heeft het beroep op de onrechtmatige aanhouding van de verdachte verstaan als een beroep op een vormverzuim dat betrekking heeft op de toepassing van vrijheidsbenemende dwangmiddelen dat aan de Rechter-Commissaris kon worden voorgelegd en dat wegens het gesloten stelsel van rechtsmiddelen ter terechtzitting niet meer aan de orde kon komen. Die aan het Hof voorbehouden uitleg van het gevoerde verweer is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat de processen-verbaal van de terechtzittingen in hoger beroep en de aldaar door de raadsvrouwe overgelegde pleitnota niets inhouden omtrent voormeld verweer en dus ook - in afwijking van het door het Hof geciteerde arrest - niet een duidelijk en gemotiveerd betoog bevatten waarin aan de hand van de factoren van art. 359a, tweede lid, Sv is aangegeven waarom op grond van die wetsbepaling in het kader van de afdoening van de hoofdzaak strafvermindering zou moeten worden toegepast."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8f193fa65de59e4fff6366bd78e7c6b97cf27cd59d29e92ffbffd4d65158394. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8f193fa65de59e4fff6366bd78e7c6b97cf27cd59d29e92ffbffd4d65158394, en de alinea staat in dat document op bytes 21036 tot 22004.