Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY4828.

4.9. Uit deze overweging blijkt in elk geval dat wat A-G Machielse in zijn voorafgaande conclusie "het schimmige leerstuk van het gesloten stelsel van rechtsmiddelen" noemde, een beperkt bereik heeft. Of het desbetreffende vormverzuim "betrekking heeft op de toepassing van vrijheidsbenemende dwangmiddelen" en of dat verzuim "aan de Rechter-Commissaris kon worden voorgelegd" lijken vragen geworden die de feitenrechter in het kader van de uitleg van het gevoerde verweer moet beantwoorden. Mogelijk geldt dat ook voor de vraag of het vormverzuim "wegens het gesloten stelsel van rechtsmiddelen ter terechtzitting niet meer aan de orde kon komen". Waarop het leerstuk neer lijkt te komen, is dat van de verdediging wordt verlangd dat zij aan de hand van de relevant factoren beargumenteert waarom, ondanks het feit dat het vormverzuim aan de Rechter-Commissaris is of kon worden voorgelegd, strafvermindering op grond van art. 359a Sv aangewezen is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8f193fa65de59e4fff6366bd78e7c6b97cf27cd59d29e92ffbffd4d65158394. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8f193fa65de59e4fff6366bd78e7c6b97cf27cd59d29e92ffbffd4d65158394, en de alinea staat in dat document op bytes 22042 tot 23005.