Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012

Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY4852.

Op basis van deze gegevens is de IAS tot de conclusie gekomen dat [B] BV fungeerde als liquidity provider en vraag en aanbod inzake effecten [A] heeft gestuurd (IAS-rapport d.d. 14 oktober 2003, p. 6 en 17). In een gesprek tussen de getuige [getuige 2] en de medeverdachte [medeverdachte], dat heeft plaatsgevonden op 15 november 2002, spreekt de medeverdachte [medeverdachte] over [A] als een collectors item en de koers mooi op stand kon worden gehouden (bijlage AH-02-004-21). Zoals de getuige [getuige 1] verklaarde wilde de medeverdachte [medeverdachte] het fonds [A] stabiel en liquide houden(G04-01, p. 6). De getuige [getuige 8] beeft verklaard dat de medeverdachte [medeverdachte] meerdere malen per dag belde. Meestal vroeg de medeverdachte [medeverdachte] in de ochtend hoe het ermee stond en of er al omzet was in [A]. De medeverdachte [medeverdachte] gaf dan opdracht tot een transactie om een koersnotering te krijgen (G10-01, p.4 en 6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f, en de alinea staat in dat document op bytes 57209 tot 58173.