Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012
Alinea 106 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY4852.
De getuige [getuige 1] heeft, zoals eerder vermeld, verklaard dat de medeverdachte [medeverdachte], in zijn telefonische contacten, zelf aangaf op welk depotnummer een effectenorder moest worden geplaatst (G-04-01, p. 4). De getuige [getuige 1], senior beleggingsadviseur bij [de bank] sinds 2000, heeft verder verklaard (G04-01, p. 4) dat hij dacht dat [B] BV een vennootschap van de medeverdachte [medeverdachte] was. Hij heeft opdrachten van de medeverdachte [medeverdachte] uitgevoerd tot en met augustus 2003, toen [getuige 5], directeur [de bank], een mailtje had rondgestuurd waarin het medewerkers van [de bank] voortaan werd verboden orders van de medeverdachte [medeverdachte] uit te voeren. Als hij orders van de medeverdachte [medeverdachte] kreeg voerde hij die uit. Hij kende de verdachte niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f, en de alinea staat in dat document op bytes 58325 tot 59146.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f | shasum -a 256