Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012

Alinea 122 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY4852.

6.5. In de onderhavige zaak moet het oordeel mijns inziens evenzeer zijn dat het Hof "klaarblijkelijk" niet een voldragen promis-arrest heeft willen wijzen. Dit omdat het arrest als "verkort" is betiteld en een aanvulling daarop is meegezonden. Daar komt bij dat, zoals in het middel wordt aangevoerd, niet alle onderdelen van de bewezenverklaring door bewijsmiddelen zijn gedekt als de aanvulling buiten beschouwing wordt gelaten. Bovendien voldoen de bewijsoverwegingen in het verkorte arrest niet aan de eisen die aan een promis-arrest worden gesteld. De kern van de promis-methode is dat de inhoud van de bewijsmiddelen (de redengevende feiten) zakelijk worden weergegeven in een lopend verhaal, waarbij voetnootgewijs wordt vermeld aan welk wettig bewijsmiddel de redengevende feiten zijn ontleend. Dat dit voetnootgewijs gebeurt, is uiteraard niet essentieel, maar wel essentieel is dat uit het arrest blijkt dat de rechter de gebruikte gegevens heeft ontleend aan een wettig bewijsmiddel. Daarvoor is nodig dat het gebruikte bewijsmiddel wordt omschreven (bijvoorbeeld: "een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal [enz.]"). Een kale verwijzing naar een dossierpagina, zoals het Hof heeft gedaan, is dus onvoldoende.(6)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f, en de alinea staat in dat document op bytes 65829 tot 67075.