Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012
Alinea 124 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY4852.
6.7. Het komt mij voor dat de strekking van HR 15 maart 2011, LJN BP1284, NJ 2011/137 niet is dat in bewijsoverwegingen 'onder de streep' in het verkorte arrest geen beroep meer mag worden gedaan op redengevende feiten die niet in de aanvulling zijn terug te vinden. Die werkwijze, die geheel past in de klassieke opbouw van de bewijsmotivering, doet geen afbreuk aan de inzichtelijkheid van de bewijsconstructie. Het tegendeel is eerder het geval. Waar de Hoge Raad als ik het goed begrijp wel een stokje voor heeft willen steken, is een praktijk van onzorgvuldig 'promissen', een praktijk waarin, als cassatie wordt ingesteld, de aanvulling wordt gebruikt om de gebreken weg te werken. Het onderhavige geval heeft daar veel van weg. In elk geval is in het verkorte arrest geen sprake van een incidenteel gebruik van bewijsmiddelen in bewijsoverwegingen die het karakter van een bewijsoverweging onder de streep dragen. De bewijsmotivering schiet dus tekort.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f, en de alinea staat in dat document op bytes 68649 tot 69622.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f | shasum -a 256