Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012

Alinea 176 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY4852.

7.5. Art. 46 Wte 1995 is gebaseerd op de EG-Richtlijn van 13 november 1989 tot coördinatie van de voorschriften inzake transacties van ingewijden (89/592/EEG). Deze Richtlijn beoogde slechts een zogenoemde "minimumharmonisatie".(9) Dat betekende niet alleen dat de lidstaten strengere voorschriften mochten uitvaardigen, zoals art. 6 Richtlijn met zoveel woorden bepaalde, maar ook dat de lidstaten niet gebonden waren aan de definities die in de Richtlijn werden gegeven.(10) In dit verband is van belang dat art. 46 Wte, anders dan de Richtlijn, niet eiste dat (bewezen werd dat) van de voorwetenschap gebruik was gemaakt. De Nederlandse wetgeving mocht op dit punt strenger zijn dan de Richtlijn als minimum eiste. Hier van belang is ook, dat de uitleg die het Hof van Justitie EG aan het begrip 'voorwetenschap' in de Richtlijn gaf, niet van directe betekenis is voor de uitleg van art. 46 Wte. Dat artikel kent immers eigen begrippen, die mogen afwijken van de Richtlijn.(11)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f, en de alinea staat in dat document op bytes 87969 tot 88964.