Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012
Alinea 199 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY4852.
8.4. Uit de bewijsvoering van het Hof kan niet volgen dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op het feit dat medeverdachte [medeverdachte] sommige transacties binnen de voor hem gesloten periode verrichtte, laat staan dat medeverdachte [medeverdachte] toen beschikte over koersgevoelige informatie uit de conceptjaarstukken en halfjaarcijfers. Mij lijkt dat, met de steller van het zevende middel, wel vereist. Nu zegt de bewijsvoering van het Hof, ook al wordt daarin vastgesteld dat de informatiepositie van de verdachte afweek van die van zijn medeverdachte, niet alles. Het dossier kan aanvullend bewijsmateriaal bevatten. Maar of "op grond van het zich bij de stukken bevindende bewijsmateriaal" kan worden gezegd dat vaststaat dat het vereiste opzet bij de verdachte ontbrak, is een vraag die slechts kan worden beantwoord na (grondige) bestudering van die stukken. Een bevestigend antwoord kan daarbij mijns inziens alleen gegeven worden in evidente gevallen. Daarvan lijkt mij hier geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f, en de alinea staat in dat document op bytes 110670 tot 111688.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f | shasum -a 256